Juniorstudenten leren over windenergie bij de kinderuniversiteit
Vijftig kinderen uit het basis- en voortgezet onderwijs van verschillende scholen uit de regio woonden dinsdag een college bij over windenergie. Het onderwijs maakte deel uit van de kinderuniversiteit en was georganiseerd door CSTM, het UT-instituut voor duurzame ontwikkeling. De jonge studenten deden enthousiast mee en vonden het een leerzame les. ‘Anders dan normaal.’ En: ‘Veel dingen waren helemaal nieuw voor me.’ ‘Leuk.’
Cariene van Aart
Het college werd gegeven door dr. Maarten Arentsen, docent en organisator van de kinderuniversiteit. Het was een interactieve les waarin vragen werden gesteld. Aan de kinderen de taak om het goede antwoord te kiezen. Want wat is energie nu precies? Kracht, beweging en warmte of elektriciteit uit een stopcontact? En waar gebruik je energie precies voor? ‘Tijdens het sporten verbruik je energie, maar ook als je een lamp aan doet,’ zegt een van de kinderen. ‘Volgens mij gebruik je bij alles wat je doet energie,’ vindt een ander. ‘Helemaal waar,’ zegt Arentsen.
Alle juniorstudenten weten dat er grote nadelen verbonden zijn aan fossiele brandstoffen en dat de verbranding hiervan bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Ook kernenergie is ze niet onbekend. ‘In het jeugdjournaal gaat het vaak over de ramp in Japan.’ Arentsen gaat over op duurzame energie. ‘Duurzame energie is schone energie. Het is energie afkomstig van bijvoorbeeld de wind of de zon. Wind- en zonne-energie heten duurzaam omdat deze energiebronnen nooit opraken,’ vertelt Arentsen. Nu ontstaat er verwarring bij de kinderen. ‘Duurzame energie heet toch zo omdat die goed is om ze te gebruiken?’
De nadelen van duurzame energie zijn gemakkelijk te bedenken voor de kinderen. ‘De zon kan achter de wolken verdwijnen en ’s nachts is er ook geen zon.’ ‘Je hebt niks aan een windmolen als er geen wind is en bovendien zijn ze volgens mij best duur om te maken.’ ‘Jullie slaan de spijker op z’n kop,’ vindt Arentsen. ‘Daarom is het ook belangrijk dat er een batterij komt om bijvoorbeeld de windenergie in op te slaan zodat de energie altijd beschikbaar is, ook als het niet waait.’
De werking van een windturbine wordt uitgebreid besproken en uitgelegd. ‘In Nederland staan vooral veel windmolens aan de kust, waar het hard waait. Er staan zelfs windmolens in zee omdat we op het land steeds minder ruimte hebben om windmolens te plaatsen en bovendien niet iedereen die windmolens even mooi vindt.’ ‘Maar als er op zee zo veel windmolens staan, kunnen er dan wel schepen langs?’ merkt een van de kinderen op. ‘Zo veel windmolens staan er nog niet in zee, er kunnen er nog genoeg bij. Bovendien wil men in de toekomst drijvende windmolens plaatsen, zodat ook op plaatsen waar de zee diep is energie kan worden opgewekt. Die hoeft dan niet aan de bodem te worden vastgemaakt,’ legt Arentsen uit. ‘Maar hoe gaat dat dan als het hard waait? Dan waait zo’n drijvende windmolen toch om?’ vraagt een van de kinderen zich af. ‘Dat is een hele goede vraag. Het bestaat ook nog niet, het moet nog uitgevonden worden. En studenten hier op de universiteit leren daar bijvoorbeeld voor.’
Thijs (12) uit Holten vond het een leuk college. ‘Over fossiele brandstoffen hadden we het al wel eens gehad bij aardrijkskunde, maar windenergie was nieuw voor me.’ Ook Harmen (11) had het naar zijn zin. ‘Het was erg leuk en leerzaam. Het is vooral leuk om te zien hoe zo’n windmolen nou precies werkt. Erg nuttig. Sommige dingen weet je wel, maar lang niet alles.’
‘Sommige dingen weet je wel, maar lang niet alles.’ (Foto: Gijs van Ouwerkerk)