Campusengels

| Katja Hunfeld

Stel je voor dat niet Engels, maar Nederlands momenteel de lingua franca in de wereld zou zijn. Dat je op je laptop als correctietool allerlei soorten wereldnederlands kunt instellen, er apps verkrijgbaar zijn waarmee mensen hun examen Nederlands proberen te halen om toegelaten te worden tot internationale universiteiten en er grof geld wordt verdiend met de ontwikkeling van toetsen en de exploitatie van malafide taalschooltjes. Overal op de wereld ontbranden discussies over de dominantie van het Nederlands en de zorg dat dit ten koste gaat van kleinere talen.

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

Hoe zouden wij het vinden als we op deze manier als het ware de grip op onze taal verliezen. Dat de hele wereld er mee aan de haal gaat en er zijn eigen draai aan geeft. Dit is wat er gebeurt met een zogenaamde lingua franca, een gemeenschappelijke taal gesproken door mensen met verschillende moedertalen. Dat was al zo toen de lingua franca in de wereld Latijn was en dat is nu zo met Engels.

Er wordt in de wereld meer Engels gesproken door mensen van wie Engels niet de moedertaal is dan wel. In de delen van de wereld waar Engels de voertaal is, bestaat dan ook wetenschappelijke belangstelling voor de manier waarop de eigen taal zich ontwikkelt in handen van al die sprekers van het Engels als Lingua Franca (ELF). In het land waar zich volgend jaar de Brexit voltrekt is al enige tijd zelfs grote consternatie, vertelde de directeur van het talencentrum van Cambridge University, Jocelyn Wyburd, onlangs tijdens een congres voor Europese universitaire talencentra. Behalve de veelgehoorde opmerking dat het vreemd zou zijn in Europa Engels als officiële taal te handhaven terwijl er geen lidstaat meer is met die taal als voertaal, bestaat bij de Britten de angst niet eens meer aan tafel te zitten als het over hun taal gaat, geen invloed meer te kunnen uitoefenen op ontwikkelingen in de taal die zich buiten de landgrenzen voltrekken.

Ondertussen maken wij op de campus op onze eigen manier gebruik van ELF. En in plaats van te streven naar een volmaakt koninginnenengels, ontwikkelen wij samen als internationale gemeenschap in het klein misschien wel zoiets als campusengels, onze eigen variant van de lingua franca. Taal is geen star gegeven, maar altijd in beweging, aan verandering onderhevig, afhankelijk van de groepen sprekers van een taal die daar actief invloed op uitoefenen.

Tijdens het DRONGO-talenfestival dat afgelopen week plaatsvond in Nijmegen, sprak de Amerikaanse linguïst, taalcolumnist en auteur Lane Greene. Samen met anderen voorspelt hij de teloorgang van het Engels als lingua franca vanwege voortschrijdende technologische taaloplossingen die zich in rap tempo ontwikkelen. De volgende lingua franca heet volgens Greene en de zijnen dus niet Chinees maar technologie. Op de UT wordt op verschillende plekken heel druk aan allerlei vormen van taaltechnologie gewerkt. En dan kan het dus zomaar zijn dat ons campusengels alweer snel plaatsmaakt voor meertaligheid, met een gelijkwaardige positie van alle op de campus gesproken talen, groot en klein.