Politieke betekenis van aanslag op Charlie Hebdo is groot

| Martin Rosema

De aanslag in Parijs op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo, waarbij twaalf mensen werden vermoord, onder wie de hoofdredacteur en drie cartoonisten, is door politici en commentatoren veelvuldig beschreven als een aanslag op de democratie. Dat het zo wordt ervaren verklaart mede de verontwaardiging en het massale protest de afgelopen dagen: dit soort geweld heeft de potentie om de fundamentele vrijheden waarop de hedendaagse liberale democratie is gestoeld aan te tasten. Ook in andere opzichten kunnen de politieke gevolgen van deze aanslag groot zijn.

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

Vrijheid van meningsuiting

In zijn column in de Volkskrant afgelopen vrijdag schreef Peter Buwalda, schrijver en voormalig journalist van UT Nieuws, dat de vrijheid van meningsuiting met deze aanslag niet onder druk staat, evenmin als het boodschappen doen onder druk kwam te staan met de aanslag destijds in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn. Hij veronderstelt blijkbaar dat mensen hun mening zullen blijven uiten net zoals zij hun boodschappen zijn blijven doen. Misschien spreekt hij voor zichzelf, maar vermoedelijk niet voor alle andere journalisten, humoristen, en gewone burgers. De vrijheid van meningsuiting die in de grondwet is vastgelegd is weinig waard als zij er in de praktijk geen volledig gebruik van durven te maken, bijvoorbeeld uit vrees voor bedreigingen of geweld. En dat is hier wel degelijk aan de orde.

Reacties van politici

De verklaringen van de daders die in de media zijn verschenen wijzen sterker op een daad die is ingegeven door wraak dan een poging om angst te zaaien. Toch is dat laatste een belangrijk element, mede omdat de daders banden lijken te hebben met bewegingen als Al-Qaeda en Islamitische Staat (IS). Tegen die achtergrond is het begrijpelijk dat minister-president Mark Rutte reageerde door te zeggen dat ‘we onze vrijheid niet laten afpakken’, burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb verkondigde dat het beste antwoord is om ‘onze stem nog luider te laten horen’, en veel media reageerden met het plaatsen van de gewraakte cartoons uit Charlie Hebdo waarop de profeet Mohammed is afgebeeld. Zij hadden goed door wat er op het spel staat. Als de cartoonisten van Charlie Hebdo niet kunnen tekenen wat zij willen tekenen, of media dit niet straffeloos kunnen publiceren, dan raakt dat ook de vrijheid van ieder ander om zijn of haar mening op wat voor manier dan ook te uiten.

Toenemende zelfcensuur

Het herplaatsen van de bewuste cartoons door veel media, als ook het op de omslag zetten van een nieuwe cartoon met Mohammed door Charlie Hebdo deze week, is een statement dat we in het vrije westen ons door zulk geweld niet laten afschrikken. Het betekent niet dat er geen angst is, maar onderstreept de weigering om ons erdoor te laten regeren. Of de strijdlustige woorden van Rutte en Aboutaleb de praktijk zullen weerspiegelen valt nog te bezien. Veelzeggend is dat persbureau Associated Press na de aanslag alle afbeeldingen met Mohammed-cartoons van haar site verwijderde. Het is goed denkbaar dat zelfcensuur die al bestond bij politici, journalisten en humoristen alleen maar groter wordt. Voor de wetenschap ligt er de taak om dit in kaart te brengen.

Politieke gevolgen

Er zijn ook andere manieren waarop deze aanslag politieke gevolgen kan hebben. Iets eenvoudigs als een speech naar aanleiding van dergelijke gebeurtenissen kan het aanzien van politici maken of breken. Premier Rutte reageerde adequaat met zijn toespraak op de Dam en zondag in Buitenhof, waarin hij tegelijk verstandig sprak over de scheiding der machten, en de woorden van burgemeester Aboutaleb hebben op velen indruk gemaakt. Dit zijn de momenten die ertoe doen voor politieke leiders en nu zijn retorische gaven cruciaal.

In de nationale politiek zal deze aanslag de onderwerpen terrorisme en veiligheid, en ook de houding van de overheid ten opzichte van de islam, hoger op de politieke agenda plaatsen. Politieke partijen die zich op deze onderwerpen profileren, zoals de PVV van Geert Wilders, kunnen daar electoraal profijt bij hebben omdat zij standpunten innemen die door veel kiezers worden gedeeld. In welke mate deze thema’s inderdaad het stemgedrag zullen beïnvloeden is vooral afhankelijk van de mate waarin politieke partijen en media er aandacht aan zullen blijven besteden. En dat zal de toekomst uitwijzen, met als eerste ijkpunt de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 18 maart.

Martin Rosema is als universitair docent politicologie verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Faculteit Behavioural Management and Social Sciences (BMS)