Oven en sluiten

| Redactie

Neus

Ons reukorgaan stond deze week even in de spotlights. Wim Steman uit Den Haag vroeg zich af of het opeten van neuskorstjes het afweersysteem versterkt. De beste man won met zijn onderzoeksvoorstel de Kolderbokaal 2010 voor lachwekkend onderzoek. Wat nou lachwekkend, vragen wij ons af. Neuspeuteren is namelijk serious and big business! Het verwijderen van neusstukjes met de vinger, in de wetenschap rinotillexe genoemd, is een geliefde bezigheid. Dat blijkt uit een opinieonderzoek van het tijdschrift GezondNu. Logisch, want wie zit er nou niet af en toe eens lekker ongegeneerd te graven? De helft van alle Nederlanders is er gek op en gaat zelfs meerdere keren per dag naar binnen op zoek naar wat kleverige kloddertjes. Mannen kruipen vaker met de vinger in hun gok dan vrouwen. En waar doen we dat dan het liefste? Gewoon thuis op de bank of in de auto. Op kantoor peutert men weinig. Gelukkig maar. Stel je eens voor: een collega die dagelijks wat uit zijn neus vist, de opbrengst vol waardering bekijkt, er een balletje van draait en wegschiet. Nee, dat doen we niet en public. Wel thuis of in de auto. Ruim de helft van de neuspeuteraars bergt de oogst netjes op in een zakdoekje. En bij ongeveer tien procent gaat het groene goedje smakelijk naar binnen. Het is maar dat u het weet.

Als het aan de kolderprijswinnaar Steman ligt, gaan we dat veel meer en veel vaker doen. Geen vitaminepil komt er meer bij kijken. Nee, gewoon puur natuur. Eigen gekweekte snotjes dus, handmatig geoogst en gedraaid. Daar worden we gezond en sterk van, denkt Steman. Wie wil, kan zich nog opgeven als proefpersoon. Dus neuspeuteraars, verzamel u. Wij wensen u alvast een smakelijk eten.

Controle

Ding, dong!

Student: ‘Goedemorgen, wat kan ik voor u doen?’

Inspecteur: ‘Ik kom even wat controles uitvoeren inzake de uitwonende beurs die u ontvangt.’

Student: ‘Ah zo, nou hier woon ik dus.’

Inspecteur: ‘Leuk optrekje zeg. Beetje riant, niet?’

Student: ‘Ik had gewoon mazzel tijdens de Kamerzoekdagen.’

Inspecteur: ‘Heel veel mazzel, u beschikt ook over een zwembad achter het huis?’

Student: ‘Klopt, ideaal tijdens ons jaarlijkse huisfeest. Echt een succes.’

Inspecteur: ‘Jaja. En die BMW voor de deur is ook van u?’

Student: ‘Nee, van een huisgenoot.’

Inspecteur: ‘Een vijftigplusser zeker?’

Student: ‘Hij is net 53, ja. En opnieuw aan het studeren geslagen. Goed hé?’

Inspecteur: ‘Met wie woont u nog meer op dit adres?’

Student: ‘Nog één oudere vrouwelijke huisgenoot en één jongere vrouwelijke huisgenoot.’

Inspecteur: ‘En wat studeren die?’

Student: ‘Poe, iets ingewikkelds. Technical international housekeeping ofzo.’

Inspecteur: ‘Het bevalt u hier zeker wel?’

Student: ‘Zekers. Alleen die oprijlaan, man, wat een eind fietsen elke dag.’

Inspecteur: ‘Het lijkt mij dat u niets te klagen heeft, toch? Ik wens u nog een goedendag. Tot ziens.’

Student: ‘Dag!’

Max! Wie was dat aan de deur? Waarom roep je mij niet even? Nooit voor de vreemden de deur open doen, dat heb ik je toch al zo vaak verteld! Ruim je nog even die vieze sokken op? En haal alsjeblieft eens een kam door je haar. Max? Max! Wat zeg je? Je wilt op kamers? Misschien kan papa nog ergens een pandje op de kop tikken. Als je maar thuis komt eten. Maar nu eerst die vieze sokken, Max. Mahaax!

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.