Mesa+ bouwt aan nano world league

| Redactie

MESA+ bouwt aan een Champions League voor nano-instituten. Vorige week werd een samenwerkingsovereenkomst gesloten met het California NanoSystems Institute van topuniversiteit UCLA. `Twintig procent van de artikelen in alle tijdschriften die onder de Nature-paraplu vallen, komt van die universiteit. Daar staat straks ook onze naam bij in gezamenlijke publicaties. Dat alleen al is geweldig', vertelt technisch-commercieel directeur Miriam Luizink.

CNSI is een veel kleiner instituut dan Mesa+.

`Klopt, MESA+ is veel groter. Zij hebben 120 medewerkers, wij vijfhonderd. Al is dat wel inclusief aio's; die rekenen zij niet mee. Wij zijn ongeveer een derde van de hele UT, CNSI valt binnen de UCLA (Los Angeles, red.), een enorme universiteit met 38 duizend studenten. Die verhouding is dus precies omgekeerd. We willen een world wide league van internationale topspelers vormen. Dat wordt een soort Champions League voor nanotechnologie, waarin we niet op vakgroepniveau samenwerken maar op instituutsniveau. Het zijn allemaal instituten met een vergelijkbare filosofie als MESA+: excellent onderzoek, goede, toegankelijke faciliteiten en sterk in spin-offs.'

Welke instituten treden nog meer toe tot die Champions League?

`In 2005 zijn we een samenwerking aangegaan met het National Institute for Nanotechnology (NINT) in Canada. We hebben al diverse uitwisselingen gehad en ook op provincieniveau bieden Alberta en Overijssel fondsen voor gezamenlijk onderzoek. Met NINT hebben we Canada, met UCLA bereiken we nu de westkust van de VS. Er loopt ook een samenwerkingsproject met India. Dat deel dekken we dus ook af. Ik verwacht dat we volgend jaar een overeenkomst sluiten met een groot instituut in Japan. Dan is de topklas voorlopig wel compleet.'

Wat heeft CNSI wat MESA+ niet heeft en andersom?

`De UCLA heeft bijvoorbeeld een grote medische faculteit en een groep die leading is in onderzoek naar risico's en veiligheid van nanotechnologie. Wij zijn juist bezig met het opzetten van een onderzoekslijn naar risicoperceptie. In ons nieuwe bionanolab komt straks apparatuur waarmee we devices kunnen maken voor risicoanalyses. Wij zijn voor hen interessant omdat we in onze cleanroom zelf nanomaterialen en -devices kunnen maken. Zij hebben vooral analyselaboratoria. En als instituut hebben wij veertig spin-offs, CNSI slechts enkele.'

Zijn jullie alleen partners of ook concurrenten?

`Ook concurrenten uiteraard. Wetenschappers weten niet anders. We hebben elkaar nodig. Je moet goede partners hebben om op je vakgebied vooruitgang en successen te kunnen boeken.'

Gaan jullie samen subsidies aanvragen?

`Dat is in de praktijk lastig. We hebben het met Canada ook geprobeerd, maar je moet geluk hebben. De meeste beurzen zijn gebonden aan het land waar ze worden verstrekt. Wel kunnen we bij nieuwe voorstellen al rekening houden met elkaars expertise en de uitwisseling van kennis.'

Wanneer verwacht je de eerste gezamenlijke resultaten?

`Binnen een jaar verschijnen de eerste gezamenlijke publicaties. Het begint niet vanaf nu, dit is alleen het moment dat de band is geformaliseerd. Toen David Reinhoudt nog MESA+-directeur was, sprak hij al met Fraser Stoddart, toen directeur van CNSI (en eredoctor van de UT, red.), over samenwerking.'

Miriam Luizink vorige week op de dag van de ondertekening, hier in gesprek met emeritus hoogleraar David Reinhoud (de voorganger van Dave Blank, de huidige wetenschappelijk directeur van Mesa+).
Miriam Luizink vorige week op de dag van de ondertekening, hier in gesprek met emeritus hoogleraar David Reinhoud (de voorganger van Dave Blank, de huidige wetenschappelijk directeur van Mesa+).

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.